de kracht van het netwerk in de beste Nederlandse traditie van verantwoordelijk bestuur.

Tradities in besturen zijn soms al eeuwen oud en hebben hun functie meer dan bewezen. Voorzitters en secretarissen zijn herkenbare en doelmatige posities en bewijzen blijvend hun diensten. Er zijn ook jongere tradities in besturen. Tijdens de wederopbouw was verzuiling handig voor het dagelijks leven. De verzuiling was ook handig voor de overheid. Een gedachtegoed en een stuurmiddel. Die structuren zijn in veel van ons huidige systemen nog steeds aanwezig en geprezen om het wereldberoemde poldermodel. We zien de verzuiling bijvoorbeeld bij de omroepen, de vakbonden en de Tweede en Eerste Kamer. Allemaal middelen om als overheid verantwoordelijk te kunnen besturen. Als lijnen die aan boord van een zeilschip op de juiste plek klaar hangen.

wat speelt er hier op de achtergrond?

Mij valt het steeds meer op. De media besteedt aandacht aan allerlei problemen bij de pensioenen, de omroepen, maar wat speelt er hier op de achtergrond? Ik neem je mee vanuit het vakgebied netwerk-governance en mijn perceptie op verantwoordelijk bestuur in Nederland.

Pensioenstelsel

Afgelopen week werd duidelijk dat de pensioen- overleggen zijn vastgelopen. Elk zichzelf respecterend medium heeft er pagina’s over vol geschreven. De rol van de vakbonden, de rol van de overheid, de rol van de werkgevers. De belangrijkste nieuwsitems op dit moment: “wie wil als eerste weer praten” en “snelle oplossingen”.

Wat de pensioen-overleggen wel heel bijzonder maakt is het mandaat of het ontbreken daarvan bij partijen. Het is een overleg tussen de ‘sociale partners’. Werkgevers en werknemers. Ooit nam de overheid een positie in en ‘moet het nu dan ook maar regelen’. Dit lijkt de houding van de werkgevers. Ze willen in deze tijd natuurlijk niet de Zwarte Piet toebedeeld krijgen.

Ministers komen opdraven en zelfs de premier haalt een nacht door. Zij kunnen echter geen gewicht in de schaal leggen om tot een beslissing te komen. De ooit machtige bonden, met hun gezamenlijke stakingen, worden de mond gesnoerd. Niet door de overheid, niet door de werkgevers maar door de eigen en verdeelde achterban. De meeste zijn vast (bijna) pensioengerechtigd en hebben zich jaren ingezet voor de Nederlandse welvaart én ze willen nú dat pensioen wat ooit beloofd is. De nu-werkenden willen en kunnen dat niet betalen. Jacques van Marken startte ooit als werkgever een pensioenregeling voor zijn personeel omdat werkgevers daartoe ‘de zedelijke plicht’ hadden. De werkgevers lijken dan nu hun zeden te bezoedelen of hun plichten niet na te komen. Gevolg van dit alles: het overleg staat stil. De politiek haast zich met het verzinnen van oplossingen, de werkgevers wijzen met hun vinger en de bonden beraden zich bij hun verdeelde achterban.

Interessant is de analyse van Trouw op 22 november 2018 in het stuk: “Het pensioen van de toekomst komt helaas met meer onzekerheid”. Daarin staat deze frase:

'Het compromis dat dinsdagavond voor lag, was een typisch product van 
de Nederlandse polder. Er zaten voor alle partijen aantrekkelijke 
onderdelen in en het was op andere onderdelen voor alle partijen slikken. 
Een compromis in de beste Nederlandse traditie van verantwoordelijk bestuur.'

Als ik die laatste zin lees, denk ik wel eens: een compromis is de beste Nederlandse traditie van verantwoordelijk bestuur. Ik twijfel daar de laatste tijd steeds meer aan.

Ik twijfel aan een compromis als vorm van verantwoordelijk bestuur

De Nederlandse Publiek Omroep

Arjen Lubach had zondag een item over de NPO. Óf zoals we dat vroeger wel zeiden: “De VPRO had een leuk item over het bestel”. Kijk het even, het fragment start op ongeveer 9:30min..

Ik wil hier niet dramatisch over doen maar eigenlijk…….wel.

“En ik heb daar diepgravend onderzoek naar gedaan. Loopt u maar even mee….”

Mijn scriptie master Managementwetenschappen ging over de NPO, als bestel, en ik heb onderzocht hoe effectief zij samen innoveren. De analyse die Lubach maakt, is in het kort, best acceptabel. Ledenomroepen komen vanuit de verzuiling. Ze maken programma’s bij de identiteit van de zuil, de leden, de achterban. Nieuws, amusement enzovoort vanuit hun wereldbeeld, mensbeeld of godsbeeld. Al naar gelang het aantal leden had de omroep zendtijd en zond een kenmerkend programma uit. Nu bepaalt de NPO welke categorie er op welk moment en welke zender wordt uitgezonden. En dat op basis van doelgroepenbeleid. Ze bepalen de vorm en de omroepen de inhoud. Niemand weet ook waar de grens daartussen ligt. De omroepen maken steeds minder content en kopen programma’s bij commerciële bedrijven. Andersom gebeurt ook, een bedrijf bedenkt een fomat en vraagt een omroep om dit voor te dragen in een tijdslot op een van de zenders. Vaak omdat het zo mooi in het profiel van de zender past. Daarmee is voor een groot deel het onderscheidende van de omroepen verdwenen en dus ook hun marketing.

Daarbij komt dat de NPO zelf haar brandmarketing doet. Zij zorgt ervoor dat je altijd dat NPO logo ziet en zo weinig mogelijk het omroeplogo. De omroepen leiden aan teruglopende leden aantallen en willen zich profileren, maar moeten samen bezuinigen, kunnen zich niet profileren en omdat er teruglopende aantallen leden zijn en het bereik kleiner wordt moet er worden bezuinigd. Mijn onderzoek over de invloeden op de effectiviteit van dit bestel kun je opvragen via janhein@vbsa.nl.

Wat is het raakvlak, waar schuurt het?

Zowel de NPO, het bestel, als de pensioen-overleggen zijn netwerken. Elk netwerk heeft zo haar eigen kenmerken in de manier waarop ze bestuurd worden. Dit is veelal ingeven door de ervaringen, geschiedenis van het netwerk. De omroepen bestaan al meer dan 90 jaar en zitten zo’n 60 jaar in een publiek bestel. Zo kon de overheid sturen op een goede verdeling van de beschikbare en dure tv zendtijd en de journalistieke onafhankelijkheid borgen. Een gelijk deel zendtijd voor elk lid van een omroep. Een systeem werd bedacht en ingevoerd.

De sociale partners hebben als sinds de industriële revolutie gesprekken met elkaar over arbeidsvoorwaarden. Pensioenfondsen in Nederland zijn ontstaan aan het einde van de 19e eeuw. Na de eeuwwisseling werd er door de overheid al iets collectiefs geregeld. Met de wederopbouw startte het huidige sociale stelsel met de AOW en het aanvullende pensioen dat collectief gespaard werd. Een systeem werd bedacht en ingevoerd.

Het zijn twee stelsels die in beginsel gericht zijn op het bedienen van grote groepen mensen die zich lieten vertegenwoordigen vanuit de zuilen met vakbonden. Stelsels waarin er een gegeven mandaat lag bij de vertegenwoordigers in de gesprekken met de overheid en waarin er herkenbare standpunten en afspraken waren over hoe men met elkaar omging. Vakbonden werden steeds groter en machtiger onder de leiding van onder meer wijlen Wim Kok. Toentertijd werd ook het poldermodel, het overlegmodel beroemd.

De wereld is veranderd, de oude zuilen zijn er in het dagelijkse leven niet meer. Welzijn maakte plaats voor welvaart en iedereen lijkt tegenwoordig voor zich zelf te gaan. Iedereen kan, wil en mag meepraten.

In onze governance-structuur van netwerken hanteren we nog steeds oude structuren. Vakbonden en omroepen die geen of een zeer beperkte vertegenwoordiging meer zijn van een collectief. De leden herkennen zich niet meer in het gedrag van de bestuurders en kiezen eieren voor hun geld. Ze laten het voor wat het is en stoppen hun lidmaatschappen. Jongeren zien de meerwaarde niet meer in van deze structuren. De bestuurders slagen er met andere netwerkpartners, zoals de overheid en werkgevers of de NPO, niet in om met passende oplossingen te komen omdat er geen zeggingskracht (machtsmiddel) meer is. En omdat er gewoonweg nooit iets is bepaald over zeggingskracht bij patstellingen tussen de verschillende partners. Zij zijn, zonder schuld, onderdeel van het systeem en het systeem wordt met elkaar (soms met schuld) in stand gehouden. Ook de overheid en politiek hebben, soms onbedoeld, belangen bij het in standhouden van het huidige systeem. Denk eens aan het kapitaal dat in de pensioenfondsen zit, of, bij de publieke omroep, zien we een goede reden tot bezuinigen en meer ruimte voor een zuiver liberaal media-aanbod.

We zijn dit normaal gaan vinden en verwachten dat er een oplossing uit het systeem komt.

Het is een paradox die steeds sterker wordt. Krachten die het netwerk uit elkaar trekken en disfunctioneel maken om te besturen. Zoals een touw dat jaren in katrollen schuurt en uiteindelijk met een te grote kracht uit elkaar getrokken wordt, het schip wordt minder goed bestuurbaar.

De sterkte van netwerken en sociale stelsel is dat ze zich in stand kunnen houden met structuren, systemen en cultuur. Dat zien we bij de pensioenen en NPO ook. De systemen zijn er nog wel, er wordt nog steeds gepolderd maar het gedachtegoed over hoe Nederland functioneert is in de jaren als een kind met het badwater weggegooid. Want “ik weet het zelf wel” en “ik bepaal zelf wel”. Door jou en mij, door ons, collectief het collectief van de samenleving de deur uit. Spelend als kleuters, nu naast elkaar in plaats van met elkaar.

Ik vrees dat hiermee ook de zwakte van elk sterk netwerk aan het bod komt. Het blijft zichzelf verbeteren en probeert daarbij haar achterban mee te nemen of te gebruiken. In deze gevallen is er geen achterban meer.

Gevolgen voor u en mij zijn er wel degelijk: De publieke omroep is niet meer het publieke, onafhankelijke en pluriforme bestel dat we in de jaren 50 voor ogen hebben gehad. De analyse van Lubach zou best eens tot zijn oplossing kunnen leiden. Gewoon alle mediabedrijven schrijven rechtstreeks in voor het leveren van een programma in vorm X. Een mogelijk einde aan de journalistieke onafhankelijkheid, kwaliteitscriteria en waarheidsbevinding. We promoveren naar het Amerikaanse TV-systeem waar iedereen een ‘liar’ is.

“Het pensioen van de toekomst komt helaas met meer onzekerheid” schreef Trouw al. De betaalde premies van toen zijn nu minder waard (ondanks de rendementen en dankzij verantwoordelijk bestuur?) en toch willen de ouderen een goed pensioen en de jongeren willen niet weer méér betalen en kiezen alternatieven en gaan alleen verder. Logisch want de premie van nu is in de toekomt vast minder waard.

In de overleggen over de pensioenfondsen en binnen het omroepbestel is er dus sprake van een governancestructuur gebaseerd op tradities met posities die niet meer van deze tijd zijn.

tradities met posities die niet meer van deze tijd zijn

Nu bemerk ik dat de compromissen niet tot stand komen, er steeds polarisatie plaatsvindt in maatschappelijke en sociale debatten ( u grijnsde bij ‘Zwarte Piet’ hierboven) en de politiek doet mee in de verdere ontzuiling en lijdt onder de polarisatie. Individuen in politiek worden extremer in hun uitlatingen en trekken anderen aan. Politieke partijen proberen de kikkers in de kruiwagen te houden. Ze richten ze zich meer en meer op de oplossingsloze compromissen als oplossing. Moeilijke en dure constructies waarmee er pleisters worden geplakt op systemen met het gedachtegoed van 60 jaar of langer terug. Het ergste, ze geven zo meer en meer bestaansrecht aan het geluid van de extreme denkers en helaas doeners.

We zitten in een tijdsgewricht. We laten de verzuiling defintief achter ons en weten niet wat de toekomst ons brengt. Het is als zeilen met stoomboot:

met latent grote maatschappelijke problemen. Die vragen niet in eerste instantie om een aanpassing door het systeem. Ze vragen ook geen oplossing uit het systeem. Ze vragen enkel om te kijken naar achterliggende redenen van het gebruikte systeem.

Wij moeten ons telkens afvragen:

“Met welke gedachtegoed is het systeem met welk doel bedacht?”.

Klopt dat nog en zo nee:

Wat is het doel, wat zijn de beschikbare bronnen en welk systeem past daarbij en waarom?

Dat is de beste Nederlandse traditie van verantwoordelijk bestuur!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *